OVERZICHTSARTIKELEN

DNA uit neutrofiele granulocyten: celdood met extracellulaire netvorming ‘neutrophil extracellular traps’ (NET’s)

NTVH - 2021, nummer 1, january 2021

drs. E.G.G. Sprenkeler , prof. dr. T.W. Kuijpers

SAMENVATTING

Neutrofiele granulocyten zijn potente effectorcellen van het aangeboren immuunsysteem en kunnen pathogenen elimineren door middel van een aan-tal afweermechanismen. Eén van die afweermechanismen is de formatie van ‘neutrophil extracellular traps’ (NET’s), waarbij neutrofielen een web-achtig complex vrijlaten, dat bestaat uit DNA, histonen en eiwitten uit de intracellulaire korrels. Deze NET’s kunnen door hun sterk negatieve lading en de web-achtige structuur van het DNA pathogenen ‘vangen’ waardoor ze worden geïmmobiliseerd en tegelijkertijd geïnactiveerd door blootstelling aan de lokale hoge concentraties antimicrobiële eiwitten in deze NET’s. Sinds de eerste beschrijving van NET-vorming en daarmee samenhangende celdood van de granulocyten (NETosis) 15 jaar geleden, is uitvoerig onderzoek gedaan naar de signaleringsroutes die leiden tot de uiteindelijke uitstorting van NET’s. Naast een rol in de aangeboren afweer worden NET’s ook geassocieerd met auto-immuunziekten en auto-inflammatoire ziekten. Dit hangt samen met hun extracellulaire aanwezigheid van DNA, geassocieerde (auto)antigenen en de nevenschade aan weefsels door hoog-geconcentreerde toxische eiwitten in deze NET’s, waardoor NET-vorming een potentieel therapeutisch doel is geworden.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2021;18:7-14)

Lees verder

De immuungecompromitteerde hematologische patiënt op reis: praktische adviezen voor de hematoloog

NTVH - 2020, nummer 8, december 2020

dr. M.P.M. Hensgens , dr. G.D. te Raa , drs. C.G. Daans , dr. A. Goorhuis , dr. A.H.W. Bruns

SAMENVATTING

De wereldbevolking is reislustiger dan ooit. Ook immuungecompromitteerde patiënten gaan steeds meer en verder op reis. Immuungecompromitteerde reizigers zijn over het algemeen vatbaarder voor infecties en deze infecties kunnen fulminant verlopen. Daarom is deze patiëntencategorie gebaat bij een goed reisadvies en adequate vaccinaties. Aan de hand van een aantal casus wordt u gewezen op de zaken waar u als hematoloog ook op zou moeten letten als een patiënt in de spreekkamer aangeeft op reis te willen.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17:322-9)

Lees verder

Het geluid van hemostase: een nieuwe visco-elastische meetmethode met mogelijke toepassingen in transfusiemanagement, hypercoagulabiliteit en trombocytenfunctie

NTVH - 2020, nummer 8, december 2020

A. Hulshof , drs. F.C.J.I. Heubel-Moenen , prof. dr. E.A.M. Beckers , prof. dr. H. ten Cate , dr., ir. Y.M. Henskens

SAMENVATTING

Sinds kort is een nieuwe visco-elastische meetmethode beschikbaar om de dynamische stolselvorming weer te geven in volbloed: Quantra. Binnen de Quantra-techniek staat het gebruik van ultra- soon geluid om erytrocyten in het stolsel te laten resoneren centraal. Andere visco-elastische testen (ROTEM en TEG) maken veelal gebruik van een mechanische meetmethode, waarbij de pin of het cupje oscilleert. De huidige visco-elastische testen worden in klinische setting toegepast bij perioperatief transfusiemanagement. Tot nu toe focust de literatuur op overeenkomsten tussen Quantra en andere visco-elastische testen. Klinisch onderzoek is noodzakelijk voordat implementatie van Quantra in de huidige stollingsdiagnostiek kan plaatsvinden.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17:330–6)

Lees verder

Typeren van bloeddonoren op DNA als alternatief voor serologische methoden

NTVH - 2020, nummer 8, december 2020

dr. B. Veldhuisen , P.C. Ligthart , prof. dr. C.E. van der Schoot

SAMENVATTING

Voor patiënten die een bloedtransfusie nodig hebben is het van belang om getypeerde donoren beschikbaar te hebben. Standaard wordt een beperkt aantal bloedgroepantigenen serologisch bepaald. Een gedeelte van het donorbestand wordt verder getypeerd om ook patiënten met een uitgebreider transfusieadvies van bloed te kunnen voorzien. De ontwikkelingen van de afgelopen jaren hebben ertoe geleid dat typering van bloedgroepen op DNA een geschikt en goedkoop alternatief is geworden voor de huidige serologische methoden. Met een genotyperingsarray kunnen in een enkele test de meeste bloedgroepantigenen bij donoren betrouwbaar worden bepaald. Naast de rodebloedcelantigenen komt tegelijkertijd ook informatie beschikbaar over zeldzamere antigenen of antigeencombinaties en de HPA-, HNA- en HLA-typeringen. Een uitgebreid getypeerd donorbestand maakt het in de toekomst mogelijk om preventief te matchen. Theoretisch is het mogelijk >95% van de door transfusie geïnduceerde immunisaties te voorkomen. Dit artikel geeft een overzicht van het belang om genotypering voor donoren in te voeren.

Lees verder

Signalering, monitoring en behandeling van (risico op) ondervoeding bij intensieve behandeling voor hematologische maligniteiten

NTVH - 2020, nummer 7, october 2020

R. van Lieshout MSc, dr. L.W. Tick , prof. dr. E.A.M. Beckers , dr. P.E. Westerweel , dr. H.R. Koene , dr. J. Regelink , M.W. van den Bosch , S. Custers BSc, I.M. Dekker MSc, M.D. Douma BSc, D. Kalter BSc, S. Kranenburg BSc, D. van der Lee BSc, P. van Rhoon-Bruijnzeel BSc, H. Schlösser BSc, M. Somer BSc, C.J. van Tilborg BSc, W.K. Visser BSc, prof. dr. H.C. Schouten , dr. S. Beijer

SAMENVATTING

Hoewel de voedingstoestand van hematologische patiënten bij aanvang van intensieve behandeling met hooggedoseerde chemotherapie veelal gevolgd door een hematopoëtische stamceltransplantatie (HSCT) doorgaans goed is, bestaat er een grote kans op ondervoeding gedurende de behandeling door de hoogprevalente en ernstige gastro-intestinale bijwerkingen. Ondervoeding voor en na een HSCT is geassocieerd met een slechtere overleving, een langere opnameduur en een grotere kans op een recidief en complicaties. In tegenstelling tot andere prognostische factoren kan ondervoeding mogelijk worden beïnvloed met voedingsinterventies. Het is daarom van belang om de voedingstoestand herhaaldelijk en systematisch te beoordelen zodat ondervoeding tijdig kan worden gesignaleerd en behandeld. Er is echter gebrek aan onderzoek naar het effect van voedingsinterventies op klinische uitkomsten bij hematologische patiënten met hooggedoseerde chemotherapie en/of HSCT. Mede hierdoor ontbreekt consensus ten aanzien van of en wanneer welke voedingsinterventies moeten worden ingezet. Het verschil in voedingsbeleid bij intensief behandelde hematologische patiënten tussen ziekenhuizen is groot, met name ten aanzien van de toepassing van sondevoeding (SV) en parenterale voeding (PV). Op basis van de beschikbare gegevens kan een voedingsinname <60–75% van de vastgestelde energie- en eiwitbehoefte gedurende een (verwachte) periode van 3–7 dagen worden gehanteerd als indicatie voor het starten met SV/PV. Daarbij rechtvaardigen aanwezigheid van ondervoeding, een vermin- derde voedingsinname vroeg in de behandelfase en /of malabsorptie eerder starten met SV/PV. Hoewel er weinig onderzoeken naar SV versus PV beschikbaar zijn om uitsluitsel te geven over de beste vorm van voedingsinterventie, is er toenemend bewijs dat pleit voor het benutten van een functionerend maagdarmkanaal tijdens intensieve behandelingen voor hematologische maligniteiten. Om tot een goede keuze voor SV of PV te komen, dient systematische triage te worden toegepast op basis van de ernst van gastro-intestinale klachten, waaronder ileus, braken, mucositis, diarree en/of malabsorptie.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17:283-93)

Lees verder

Preventieve trombocytentransfusies bij hemato-oncologische patiënten: van trigger-gestuurd tot een per patiënt geoptimaliseerd toekomstperspectief?

NTVH - 2020, nummer 7, october 2020

drs. L.L. Cornelissen , prof. dr. J.J. Zwaginga

SAMENVATTING

Profylactische trombocytentransfusies hebben gezorgd voor een afname van het aantal ernstige bloedingen bij hemato-oncologische patiënten. Richtlijnen adviseren in geval van een trombocytopenie door een tijdelijke aanmaakstoornis profylactische transfusies met als transfusietrigger een trombocytenwaarde van lager dan 10 × 109/l. Desondanks functioneert dit huidige transfusiebeleid niet optimaal voor alle patiënten. Een deel van de patiënten bloedt nog steeds, en heeft mogelijk een ander, intensiever beleid nodig. Echter, een ander deel maakt ook zonder deze profylaxe geen klinisch relevante bloedingen door en ontvangt dus momenteel vaak onnodig transfusies. Om het beleid te optimaliseren is een gepersonaliseerd profylactisch beleid nodig, waarbij klinische risicofactoren en biomarkers van individuele patiënten het bloedingsrisico, en idealiter ook het te verwachten effect van profylactische transfusies, voorspellen. Meer inzicht in voorspellende waarde van risicofactoren en biomarkers is hiervoor onontbeerlijk.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17:276-82)

Lees verder

Minimale bijwerkingen na HDM en autologe stamceltransplantatie

NTVH - 2020, nummer 7, october 2020

H. Overbeek , dr. M. Söhne , Y. Westerman , dr. H.R. Koene , dr. E. van Leeuwen-Segarceanu , dr. O. de Weerdt

SAMENVATTING

Dit artikel beschrijft een retrospectieve cohortanalyse naar de effectiviteit van beleidsveranderingen in de preventie van bijwerkingen bij 147 patiënten met multipel myeloom (MM) die werden behandeld met hoge dosis melfalan, gevolgd door een autologe stamceltransplantatie (ASCT). Door mondkoeling, aanpassingen in het anti-emeticaschema en microbiële profylaxe, invoering van het ambulante traject en vermindering van sondevoeding was er een reductie van bijna 80% orale mucositis ≥graad 2, ongeveer 60% reductie van misselijkheid en diarree en de neutropene koorts is met ruim 80% afgenomen.

(NED TIJDSCHR HEMATOL 2020;17:270-5)

Lees verder
X